De basis voor goede digiscoping-opnames is enerzijds een kwalitatief hoogwaardige uitrusting en anderzijds veel oefening in het gebruik.
Voorkomen van vignettering
Probeer het zoomobjectief van de camera in te stellen om te bepalen of u de zwarte stukken kunt verwijderen. Gelieve de digitale zoomfunctie niet te gebruiken! Blijf binnen het optische zoombereik want met de toepassing van de digitale zoom boet uw foto in aan kwaliteit !

Onscherpe beelden vermijden
Onscherpe digiscoping-foto’s kunnen verschillende oorzaken hebben . Bij digiscoping dient men met volgende belangrijke zaken rekening te houden :
1. Telescoop goed scherpstellen (focusseren)
In principe neemt de camera het beeld op dat door de telescoop wordt weergegeven. Hoe preciezer de scherpstelling (focussering) van de telescoop op het onderwerp, des te beter het resultaat.
2. Camera-instellingen kiezen
Bij digiscoping beïnvloeden diafragmagrootte, belichtingstijd (ook wel sluitertijd) en de ISO-gevoeligheid in hoge mate de scherpte van de opname . Naar aanleiding van de flinke vergroting door de telescoop in verbinding met de camera, is het gevaar van onscherpe foto's erg groot. Het diafragma is de opening die het licht doorlaat zodat het op de camerachip (CCD) terechtkomt.
Het diafragmagetal (bv. f 2,4 of f 5,6) regelt de grootte van de diafragmaopening en daarmee de lichthoeveelheid die de camera ingaat. Voor een juiste belichting van de opname moet de belichtingstijd bij een hoger diafragmagetal (bv. 7) en een daaraan gerelateerde kleinere diafragmaopening, vergroot worden. Bij een lager diafragmagetal en daardoor grotere diafragmaopening, kan de belichtingstijd worden verkleind.
In principe kan het volgende worden gesteld: hoe korter de belichtingstijd, des te geringer het risico dat de opname bewogen is en dat daardoor een onscherpe foto wordt gemaakt.
Daarom bestaat de mogelijkheid om van de automatische belichtingsinstelling "Speed" of "Sport" of "S" van de camera (indien aanwezig) gebruik te maken. Dit betekent: de instelling met de kortst toelaatbare tijd op het moment dat op de ontspanner wordt gedrukt.
De camera kiest voor de gegeven lichtsterkte automatisch de gunstigste ISO-gevoeligheid. Deze kan echter ook met de hand worden veranderd.
Een laag ISO-getal, bijvoorbeeld 100 of 200 is bedoeld voor goede lichtomstandigheden. Hoe slechter en lichtarmer de omgeving wordt, des te hoger zal het ISO-getal moeten worden ingesteld, bijvoorbeeld op ISO 400 of 800.
Wanneer dus voor de meest geschikte ISO-gevoeligheid (doorgaans is de automatisch gekozen gevoeligheid precies goed) en daarbij de programma-instelling "Speed" gekozen wordt, kan er niets meer fout gaan. Hoogstens kunt u het ISO- getal veranderen wanneer het licht zwakker wordt of wanneer u het onderwerp met een snellere beweging wilt fotograferen.
3. Zelfontspanner van de camera of ontspanner met afstandsbediening gebruiken
Het motto luidt: vermijdt alle onnodige bewegingen. Vaak is de druk van de vinger op de ontspanner al genoeg om de camera te bewegen. Een goede oplossing voor dit probleem is het gebruik van een zelfontspanner. Er zijn twee mogelijkheden: ofwel maakt u gebruik van de ingebouwde zelfontspanner van de camera ofwel gebruikt u een afstandsbediening (niet voor alle camera’s te verkrijgen). De eerste optie levert de camera zelf; bij de tweede optie kunt u de ontspanner in werking stellen zonder dat u daarvoor de camera hoeft aan te raken. Er worden echter steeds minder cameramodellen met elektronische (afstandsbediening) of mechanische (kabel) ontspanners aangeboden.
4. Voor een stabiele positie van de uitrusting zorgen (statief)
Zorg ervoor dat de telescoop die, op het moment van de opname met de camera is verbonden, zeer stabiel geplaatst is en niet aan trillingen is blootgesteld. Nog meer dan bij de waarneming, is het statief bij het fotograferen een wezenlijke voorwaarde voor scherpe en contrastrijke beelden. Een optimale stand draagt aanzienlijk bij aan een hoge beeldkwaliteit.
Houdt de statiefbenen en de middenzuil bij het fotograferen zo laag mogelijk om trillingen nog meer af te zwakken.
Het is echter ook van groot belang dat de telescoop met het oculair, de adapter en de camera perfect op het statief in evenwicht is. Met telescopen van Swarovski Optik kan dit door middel van de telescoopstabilisator eenvoudig, snel en individueel gebeuren. Probeer de gezamenlijke set-up bij de niet vastgezette statiefkop voorzichtig op de telescoopstabilisator te plaatsen zodat deze horizontaal in evenwicht is. Hierdoor zal tijdens het gebruik een lichte verschuiving tussen de fotografeer- en observatiepositie voorkomen worden.
5. Kwalitatief hoogwaardige optiek
Hoogwaardig optisch en mechanisch materiaal, laagste tolerantielimieten, 100% kwaliteitscontrole. Dit zijn slechts een aantal van de parameters voor de beste optische prestatie. Let bij het kiezen van de camera, de telescoop en het oculair op de beste kwaliteit. , met name HD-lenzen (High Definition) dragen bij aan een kleurvaste en heldere beeldweergave en daardoor aan de beeldkwaliteit.